Drie aparte heffingen, drie tarieven — zo is de inkomstenbelasting opgebouwd.
Onafhankelijk
Geen provisie
Dagelijks bijgewerkt
100% gratis
De Nederlandse inkomstenbelasting splitst je geldstromen in drie vakken. Box 1 gaat over werk en de eigen woning, box 2 over een grootaandeel in een bv, box 3 over spaargeld en beleggingen. Per vak geldt een ander tarief. In 2026 loopt box 1 van 35,75% tot 49,5%, box 2 van 24,5% naar 31%, en box 3 belast een berekend rendement tegen 36%.
Waarom drie boxen?
Het boxenstelsel voorkomt dat loon, dividend en spaargeld over één kam worden geschoren. Loon kent progressieve schijven; vermogen wordt (voorlopig) nog via een forfait aangeslagen. Je vult alles in één aangifte in, maar de fiscus rekent per box een eigen bedrag. Die bedragen tel je daarna bij elkaar op, minus heffingskortingen.
Sinds 2025 telt het verzamelinkomen — de optelsom van de drie boxen — mee voor de algemene heffingskorting. Een hoog box 3-resultaat kan die korting dus verlagen, ook als je loon gelijk blijft.
Box 1: werk en eigen woning
Hier hoort vrijwel alles bij dat je verdient met arbeid of onderneming, plus de bijtelling voor de eigen woning (eigenwoningforfait) minus de hypotheekrente. Ook uitkeringen zoals WW of pensioen landen in deze box. Het tarief stijgt in stappen: alleen het deel boven een schijfgrens krijgt het hogere percentage.
In de eerste schijf zit zowel inkomstenbelasting als premie volksverzekeringen. Wie de AOW-leeftijd al heeft, betaalt geen AOW-premie meer; het tarief in die schijf daalt dan naar 17,85%.
Schijf
Belastbaar inkomen
Tarief (nog geen AOW)
1
€ 0 tot € 38.883
35,75%
2
€ 38.883 tot € 78.426
37,56%
3
€ 78.426 tot onbeperkt
49,5%
Bron: Belastingdienst / parameters in onze calculator. Reken je eigen loon door op inkomstenbelasting berekenen.
Aftrekposten zoals hypotheekrente, periodieke giften of lijfrentepremies verlagen eerst het box 1-inkomen. Vanaf een inkomen boven € 78.426 is het maximale aftrektarief voor de meeste posten gelijk aan het tarief van schijf 2 (37,56%), niet 49,50%.
Box 2: aanmerkelijk belang
Box 2 is bedoeld voor wie een aanmerkelijk belang heeft: in de regel minstens 5% van de aandelen (of een vergelijkbaar recht) in een vennootschap. Gewone beleggingsportefeuilles horen hier niet; die vallen in box 3.
Dividend en winst bij verkoop van die aandelen worden in twee stappen belast. Tot € 68.843 geldt 24,5%. Alles daarboven 31%. Fiscale partners mogen de grondslag onder voorwaarden verdelen. Bron: Belastingdienst, belastingberekening 2026.
Geen loon, wél box 2
Een dga die zichzelf een gebruikelijk loon uitkeert, betaalt over dat loon box 1. Extra winst die als dividend naar privé gaat, valt daarna in box 2. Dat zijn twee aparte heffingen, geen keuze tussen het ene of het andere tarief over hetzelfde bedrag.
Box 3: sparen en beleggen
Spaartegoeden, beleggingen en een tweede woning tellen hier mee, minus schulden boven de drempel. De fiscus gaat uit van een forfaitair rendement per categorie; dat hoeft niet je echte opbrengst te zijn. Over dat berekende rendement betaal je 36% belasting.
Een deel van je vermogen blijft buiten de heffing: in 2026 € 59.357 per persoon, € 118.714 met fiscale partner. Blijf je daaronder, dan is de box 3-heffing nihil.
Categorie
Forfait 2026
Bank- en spaartegoeden
1,28% (voorlopig)
Overige bezittingen
6%
Schulden
2,7% (voorlopig)
De percentages voor spaargeld en schulden worden later definitief vastgesteld. Reken je eigen mix door op de Box 3-calculator.
Van boxen naar te betalen belasting
Bepaal per box de grondslag (inkomen of forfaitair rendement).
Pas het tarief van die box toe.
Trek heffingskortingen af van het totaal. De algemene heffingskorting is in 2026 maximaal € 3.115; de arbeidskorting maximaal € 5.685. Beide bouwen af bij een hoger inkomen.
Verreken loonheffing die je werkgever al inhield, en eventuele termijnen van een voorlopige aanslag.
Geldkenner.nl redactie · bijgewerkt . Deze informatie is geen fiscaal advies. Bedragen kunnen wijzigen; toets je situatie altijd bij de Belastingdienst of een erkend adviseur.